In grote lijnen: ‘mijn leven’

Opgegroeid in een streng “protestants” (niet Limburgs) gezin, tussen de “katholieken” in een gemeenschap in Z-Limburg.Vader: druk in kerkenwerk, bestuursfuncties, enz.; dus veel afwezig. Ook al was ie thuis, dan nòg, was ie er niet! Liet alles schijnbaar aan m’n moeder over, doch van binnen zat hij vol met drift. Heb ook wel eens driftbuien van hem meegemaakt. Helaas, achteraf gezien was het een opschepper, een dikdoener, echter hij leek “heel wat”! En ik heb altijd gedacht, dat hij mijn maatje was.Maar ik weet nu, dat hij wist van de mishandelingen waarin mijn moeder en mijn broer zich op mij afreageerden. Sterker nog : hij vond het al lang best, zo ontsprong hij de dans, de lafaard!

Moeder: heerszuchtig, jaloers, controledwang, neurotisch, hysterische buien, extreme roddel, extreme stemmingswisselingen en angstfobieën. Maar ze kon héél goed toneelspelen, als zijnde DE opofferende, in en ingoede vrouw, naar gelang ze er haar voordeel mee kon doen. Een intrigante dus. Ook dit heb ik pas achteraf (met veel pijn en moeite) ingezien.

Ze haatte kinderen, haatte haar eigen leven, haar vrouw-zijn, dat ze zich moest laten bevruchten door een man. Haatte God voor haar leven, haatte alles waar ze geen macht over kon voelen. Zag kinderen om mee te pronken, vet te mesten, te kneden, om mee te doen wat haar het beste uitkwam, met haar controledrift. Kortom, kinderen waren een kruis om te moeten dragen – een straf van God!

Zus: 7 jaren ouder, was ook jaloers en deed met de roddel van moeder mee. Was een machtspersoon en ging haar eigen gang. Wilde mij beheersen en bezitten.Ze heeft me een keer met kinderwagen en al van de hoogste berg op de hei afgegooid. Heb ik bewust meegemaakt als heel klein kindje destijds, is me nooit verteld; en ik heb er ook nooit over gesproken.

Broer: 15 maanden jonger. Het was de huistiran. Niets mee te beginnen. Gedroeg zich schaamteloos, narcistisch, adhd- en autismeachtig. Hij claimde mij ook als zijnde zijn bezit, wilde altijd “met me trouwen”. Was nauwelijks te handhaven thuis en gedroeg zich als een idioot, wanneer hij dat wilde; hij leek wel geen geweten te hebben. Mede door zijn extreme aandachttrekkerij en zijn driftbuien, werd ik volkomen emotioneel verwaarloosd, terwijl hij “in de watten werd gelegd”. Niemand durfde hem te corrigeren.Hij kon extreem goed leren, en was alleen maar tevreden als ie een 10 als cijfer had geoogst. Hij kon zgn. niet zonder mij, en het werd mijn verantwoordelijkheid om hem op te voeden, en om hem hanteerbaar te houden voor de omgeving.

Ik dacht, dat ik van alle vier ontzettend veel hield, droeg mijn ouders, broer en zus “op handen”. En ging “door het vuur voor hen”.Ik zie nu in , dat ik mijn liefde op hen projecteerde. Niemand van hen vertoonde gedrag, dat iets met liefde te maken had. Het was één groot toneelspel bij ons thuis. Met mij als neiging om er een klucht van te maken, om het drama erachter maar niet als waar te hoeven ervaren.

De realiteit die zag ik niet, maar onbewust moet ik toen al stikvol angsten hebben gezeten. Achteraf gezien, waren zij mijn vijanden, en heb ik gewoon voldaan aan het gebod van Jezus, van : “Heb Uw vijanden lief” :-).

Er heerste een geestelijke oorlog thuis, en ik heb altijd als buffer moeten dienen. Zij reageerden (in de geest) al hun onderlinge woede op mij af. Ik werd enorm gemanipuleerd en gehersenspoeld met het gegeven dat ik NIETS waard was, en ben met een schrikwekkend godsbeeld opgevoed.

Mijn moeder vuurde de vreselijkste verwijten en scheldwoorden op me af. Ze dreigde me met moord en verdoemenis, noemde me een stuk stront en een lelijk stuk vrete, ; plus nog veel meer afschuwelijks, dat ik nu niet zal herhalen.

Binnen het gezin werd ik dikwijls doodgezwegen en met minachtende blikken bestookt; ook kreeg ik vaak vernederende opmerkingen naar mijn hoofd geslingerd, waarop ik niet mocht reageren : ik moest ze slikken als zijnde “gewoon” en rechtvaardig. (sterker nog, ik leerde er om te lachen en blij mee te zijn.)

Voor de buitenwereld waren wij het voorbeeldgezin, en dat plaatje werd ik verplicht om te dienen.

Het was “kale kak” (sorry) en “schone schijn” bij ons thuis, veel bezoek van zogenaamde notabelen, b.v. predikanten.

Ik ben geestelijk gemarteld en bedreigd in de naam van God, maar naar de buitenwereld toe speelden ze “mooi weer”.

Met 5 jaar moest ik naar de lagere school, kon immers al lezen en schrijven.

Daarvoor heb ik 1 jaar bij de nonnen op school gezeten, als enig niet katholiek meisje. Mijn broertje was toen 3 jaar, maar hij moest en zou met mij mee naar school, dus, wéér moest ik voor hem zorgen. (wat niet mee viel, want treiteren van anderen, dat was zijn hobby).

Op de lagere school was ik enorm bang in de klas; doodsbang dat anderen me zagen. Aan de buitenkant was ik het vrolijkste kind dat er bestond, maar van binnen………….

Mijn moeder reageerde alles wat zij aan macht moest inboeten op mij af. Dan veranderde zij in een duivels wezen. Dat deed ze altijd als ze alleen met me was. Ik dacht dat mijn vader het niet wist, doch achteraf gezien heeft hij zich gewoon van “den domme gehouden”. Het was net een concentratiekamp voor me thuis, alles werd gecontroleerd, en ik werd bedreigd, gestraft, doodgezwegen, uitgelachen, en steeds onterecht schuldig verklaard. Werd als in een harnas geplaatst, alles werd gecontroleerd, voor alles moest ik verantwoording afleggen. Ieder piekje van m’n haar werd rechtgetrokken; mijn haar zat als een helm op mijn hoofd, zowel letterlijk als figuurlijk.

Vanaf heel jong kende ik extreme angsten, maar durfde daar nooit iets van te vertellen, ik kwam niet eens op het idee. Het feit is, dat ik in een verschrikkelijk isolement heb gezeten, en dat constant heb gecamoufleerd, ook voor mezelf. Maar aan de buitenkant overleefde ik “heel goed”.

Kreeg, ondanks alle tegenwerking van thuis uiteindelijk de baan in de zorg, waarna ik zo had verlangd. Deed aan cabaret, speelde in een band en orkest, ging dansend door het leven, kortom alles leek een feest. Ik was niet kapot te krijgen, was heel vrolijk, had best veel lef, en hield van iedereen; want ik zag nergens kwaad in, en zorgde voor “Jan en alleman”.  Iedereen was welkom bij mij.

Eenmaal zo bewerkt en gedrild, om alles van een ander goed te moeten vinden; en nooit geleerd om grenzen aan te mogen geven, wordt je dus potentieel publiekelijk bezit, en afhankelijk van de goedkeuring van anderen.

Door iedereen als een slaaf te blijven dienen (in het geven van aandacht, en anderen op de eerste plaats in mijn hart), heb ik al mijn angst en mijn verdriet verstopt kunnen houden.Ik was verslaafd geraakt aan “afhankelijk dienen”. Verslaafd geraakt aan het “moeten” voelen van negatieve erkenning en het voelen van dreiging en straf, om er voor mijn gevoel te mogen zijn. Voelde ik dat vampirisme niet, dan klopte er iets niet.  Dan kon ik mijn bestaan niet verdienen, dan werd er niet van mij gehouden.

Alles was omgedraaid in mijn hoofd qua verwachtingspatroon. Werd ik niet misbruikt, dan miste ik het misbruik, en voelde ik mij verloren.

Een paar signalen dat er iets niet klopte:Met 16 jaar – verlamde hand. 19 jaar – hyperventilatie, en een soort verstikkende angstaanvallen. Heb dit “gewoon” kunnen stoppen, dacht bij mezelf :”dit is niet goed, dat moet je niet doen”, heb nooit iets aan iemand verteld daarover.

Toen kreeg ik anorexia-neigingen, na een korte periode heb ik dat ook zelf kunnen stoppen. (ook niemand iets laten merken.) Daarna kreeg ik extreme hoofdpijnen, en werd ik overspannen verklaard. Valium werd me voorgeschreven, en na een “zombieperiode” van een paar maanden was dat ook weer voorbij.

Op latere leeftijd kreeg ik erge eczeem aan mijn handen. Jarenlang kampte ik ook met bloedarmoede. Met 21jaar verhuisde ik i.v.m. trouwplannen naar de randstad. Dat was een ware opluchting voor mij. Echter na 3 weken (midden onder een cabaretvoorstelling) werd mij medegedeeld: “we trouwen niet”. Ong. 14 jaar later kwam ik er pas achter dat ik 2 ½ half jaar als dekmantel had moeten dienen. Toen bleek nl. dat mijn verloofde destijds al jaren een homoseksuele relatie had met zijn oom.

Maar ik had intussen een levenskunst ontwikkeld, dat was niet normaal. Ik was niet stuk te krijgen, en bleef de grootste optimist; of in ieder geval deed ik alsof. Ik ben in de Randstad gebleven, heb er mijn huidige man leren kennen.

Toen ik bij mijn huidige man thuis kwam, kreeg ik weer rare symptomen, kon ik ineens niet meer lopen. (dit heeft maanden geduurd) Achteraf bleek dat een onbewuste angst voor mijn schoonmoeder te zijn geweest, zij “kon” haar zoon niet missen.

Door “stom toeval” (waarin ik overigens niet geloof) zijn we later weer in Zuid Limburg terecht gekomen.

Achteraf gezien heb ik veel trauma’s overleefd en verdrongen. Bv. : toen ik 2 jaar was en het fietsstoeltje waarin ik zat afbrak, ik naar achteren klapte terwijl mijn moeder een berg afreed. Maar wonder boven wonder was daar ineens een man die me opving. Dit weet ik zelf nog, er was nooit over gesproken.

Iedere dag na schooltijd moest ik mijn broertje veilig (achterop mijn fiets) thuis afleveren. Vaak werden we dan vanaf een talud door grote jongens bekogeld met heel dikke stenen. Dan reed ik zo hard als ik kon die holle, hobbelige weg bergopwaarts richting huis. Dat was vreselijk, voor mij een drama, mijn borst deed zo’n pijn, was zo bang dat mijn broertje geraakt zou worden door die grote keien.

Eens voelde ik een hoop ophef in huis, er werd gefluisterd. Toen ben ik stiekem gaan “neuzen” in de krant, was nog maar 6 jaar, doch kon best goed lezen. Toen las ik dat er verderop in de straat twee kinderen van mijn leeftijd door hun vader aan de muur waren gespijkerd, met spijkers door hun hoofd. Vreselijk vond ik dat, maar durfde niemand te vertellen dat ik dat artikel was gaan opzoeken om te lezen. Dan had ik enorm op mijn kop gekregen.

Mijn oom heeft zich opgehangen, er werd nauwelijks een woord over gezegd. Gewoon dood, en naar de begrafenis, ik was toen ong. 14 jaar.

Als kind gingen we met het gezin bijna iedere zondag naar de moeder van mijn vader: Opoe, een Zeeuwse, die ook nog haar klederdracht droeg daar in Limburg.

Eens waren we weer bij die oma, en kwam een oom de kamer binnen stuiven. (die oom was een mongool, en ik was altijd erg bang van hem). Hij kwam met een mes op m’n oma af, wilde haar in blinde woede vermoorden, en in eerste instantie stond de tijd stil. Niemand deed iets, de hele kamer zat vol visite; totdat mijn vader opsprong, m’n oom ontwapende, mijn moeder begon te gillen, tegen mijn zus: “breng die kinderen weg!

Heel vaak ben ik aangerand. Ook werd ik vaak achtervolgd, zomaar, dan liepen er mannen achter mij aan, maar haalden mij niet in. Heb ook veel (auto-)ongelukken gehad, nooit door mijn schuld.

Ben een keer bijna doodgebloed, na 1 tablet Prozac.(?) Dat was in die periode dat ik “zomaar” niet meer kon lopen. Ze gaven mij de verkeerde medicijnen.

Tijdens onze trouwdag lag mijn vader op sterven, tenminste dat dachten wij. Hij had de nacht ervoor zijn 1e hartaanval gehad, en lag “op het randje”. Toch blijven lachen ondanks alles. Een paar jaar later, tijdens een vakantie van mijn man en ik in het buitenland, is mijn vader toen onverwachts aan een 2e hartaanval overleden. Toen we thuis kwamen was hij al begraven. Was best een grote schok.

Bij de geboorte van onze 2e dochter, welke supersnel verliep (in 1 minuut), kwam de placenta er niet uit. Toen ging de huisarts eraan trekken. Later kreeg ik toen ook een enorme bloeding, leek wel alsof er weer een heel kind uitkwam. De huisarts was toen al weg, kreeg een vervanger, maar die ondernam niets. Later bleek dat ik bijna was doodgebloed. Ben daarna heel erg lang uit de running geweest. Heb nooit meer kinderen kunnen krijgen, mijn baarmoedermond was erg beschadigd. Heb er veel ellende aan overgehouden. Na 14 jaar huwelijk met mijn huidige man, kwam ineens m’n oude verloofde weer “aanzetten”. Hij wilde mij terug! Hij had juist een zelfmoordpoging ondernomen, net niet gelukt. Zijn eigen vrouw was opgenomen in een psych.instelling. Hij wilde ons huwelijk stukmaken. Was hem bijna gelukt. Was een zware periode, ik bleek nog in de macht te zijn van hem.

Onze jongste dochter is een maal bijna doodgebloed toen ze door het raam van onze achterdeur “vloog”. Ze dacht dat die deur open stond. Was een drama, de ambulance kwam maar niet. Door een wonder is ze in leven gebleven (werd achteraf door de chirurgen bevestigd.)

Toen onze kinderen het huis verlieten, toen stortte a.h.w. mijn wereld in. Want ik had niemand meer waarvoor ik me kon uitsloven, die ik naar volle tevredenheid kon dienen, en waardoor ik misbruikt kon worden.

Nu ja, en nu ben ik dus al jaren “terug naar af” aan het gaan. Terug naar hoe dat alles is begonnen. Ik kon daar niet meer onderuit, omdat ik extreem zware hoofdpijnen kreeg, slapeloosheid, het Burning Mouthsyndroom,  en nog veel meer lichamelijke klachten. Dus toen kon ik alle narigheid niet meer blijven ontkennen.

Inmiddels lijkt er zich (het allerergst bij ontspanning en als ik ga liggen) een horrorfilm van pijn te voltrekken in mijn hoofd (maar ook elders in mijn lichaam). Die pijn overheerst momenteel mijn leven. Ook de slapeloosheid en het niet pijnloos kunnen eten, niet meer kunnen schilderen of lezen, het isolement waarin ik leef; het zijn feiten welke ik heb leren aanvaarden, toch ook in hoop en verwachting op beter.

Ik kom nog steeds achter dingen van vroeger, welke ik nog steeds niet voldoende naar waarheid had ingezien en op de juiste manier had verwerkt. Zodoende krijg ik na ieder nieuw inzicht ook opnieuw hoop op volledige genezing van al mijn ptss-klachten.

Er is natuurlijk nog veel meer, maar voor nu is dit al meer dan genoeg 😉

Bedankt voor het lezen.

Een reactie plaatsen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: