Mies-en-scène

Hoe “schijt” je eieren”?

Mijn voorbereidingen voor het bakken van
een echte
Limburgse rijstevlaai:

EiSnijderCan4976.jpg

Ik lijk op een glasblazer,
toch?
“““““““““““““““““““
En hier hoe het ook kan:

Gewoon “Opslurpen”….”ssrrruuupppp”

 

 

Categorieën: Fotos, Ik deel een link, Mies-en-scène | Tags: , | Een reactie plaatsen

ter inleiding van : Mies-en-scxc3xa8ne

Vandaag heb ik de stoute schoenen aangetrokken om eindelijk mijn nieuwe categorie hier te starten.
Af en toe ga ik dit onderwerp aanvullen.
Een vervolgverhaal dus.

Ter inleiding van Mies-en-scxc3xa8ne.
Mise-en-scxc3xa8ne : inrichting van het toneel; wijze waarop een plechtigheid, een belangrijke gebeurtenis wordt ingericht.

Mijn fantastische jeugd, waarin ik zelf ben gaan geloven.

Het ontwaken, ’s morgens heel vroeg, de geuren, die me lokten naar buiten; de zangstem van mijn moeder, als een lokroep van de Serenen.
Hoe ze mij betoverde met haar prachtige lofliederen op God,  alles leek zxc3xb3 volmaakt.
De zon, de lucht, de bloemen, het me xc3xa9xc3xa9n voelen met de natuur.
We hadden een prachtige grote tuin, woonden vrij; tussen korenvelden, weiden en holle wegen.
De bloemen die ik plukken mocht in onze tuin, voor de juffrouw van onze klas.
Het heerlijke alleen zijn buiten, het dwalen in de paadjes, de spinnen, de kevers; alles zoog ik in me op, ik kon er geen genoeg van krijgen.

Hoe ik "onderweg" in die holle wegen altijd bloemen plukte voor mijn moeder.
Hoe ik een keer, op weg naar school, midden tussen het koren een mooie paarse Iris zag staan bloeien, ik die uitgegraven heb en mee naar school nam. De meester legde hem boven op de kast in het schoollokaal; ik xe2x80x9cmoestxe2x80x9d er steeds naar kijken. Thuis zette ik hem in mijn eigen tuintje met behulp van mijn vader.

Het zingen ’s ochtends heel vroeg, voordat er zelfs een mens buiten te zien was; terwijl ik schommelde, heel hoog de lucht in, en hoe ik dan jodelde van : "daar hoog in die Zwitserse Alpen, daar zing ik van holladiejeexe2x80x9d!!

"De sprookjesxe2x80x9d waarin ik geloofde:
Als mijn vader kauwgum van onder onze perzikenboom voor me vandaan toverde.
Hoe ik hem geloofde, als hij zei dat de kaboutertjes dat daar voor mij neer hadden gelegd die nacht.
De boomstam die daar lag in het gras, waarvan mijn vader zei dat het de paashaas was. Hoe ik dat geloofde.
Ik geloofde alles!
Geloofde dat mijn vader en moeder God waren, en dat ik me bij hen in het paradijs bevond.

Hoe ik buiten eindeloos op kon gaan in mijn spel : ballen, hinkelen, knikkeren, mesje kappen, touwtje springen, klepperen en zingen, mondharmonicaspelen.
Met carbid knallen, aan het einde van ’t jaar. Rolschaatsen xe2x80x9cals een speerxe2x80x9d; fikkelen, als de beste; vliegensvlug was ik en altijd in de weer.
En als het regende speelde ik in onze houten schuur, door mijn vader zelf gebouwd: het huisje met een raampje, met rood-wit geblokte gordijntjes.
Het zinken dak waarop de druppels vielen, zxc3xb3 knus, met mijn schoolbord en mijn fornuisje.
Dat was mijn sprookjesleven, zoals ik dat in mijn herinnering bewaard had, en gekoesterd heb.

““““““““““““““““““““““““““““““““““““““““

De grootmoeder van vaders kant.
Het was altijd "vaste prik", iedere zondagmiddag gingen we naar Opoe.
Als een soort opperhoofd zat ze daar op haar praatstoel, als een kloek met al haar kuikens om zich heen verzameld.
Ze droeg altijd de Zeeuwse klederdracht; was altijd in "vol ornaat", heel indrukwekkend (en voor mij heel beangstigend ) aanwezig. Ze was een gerespecteerd persoon, iedereen wist haar te vinden, ze hielp ieder die het minder had dan zij.
Ze was een bezienswaardigheid in dat stadje in Zuid-Limburg, want niemand liep daar in Zeeuwse klederdracht; dus iedereen kende haar en haar familie.
Alles was er deftig, en heel anders ingericht dan gebruikelijk; het leek een soort van museum, als een klein kasteeltje uit vroeger jaren.

———————————————————————————————————————

Ik was een uitermate vrolijk, blij, opgewekt en tevreden kind.

Toch was ik van binnen bang en verdrietig. Onbewust voelde ik mij ook eenzaam en verloren, echter ik dacht dat alles aan mij lag; dus verstopte en camoufleerde ik mijn ware gevoel, voor de ander, als wel voor mezelf.

De verstopte angsten:
Bang dat iemand me op zou kunnen merken.
Bang om mijn vinger op te moeten steken in de klas.
Bang om te durven hoesten in de klas, terwijl ik er bijna in stikte, omdat ik zo verkouden was.
Angst om naar de wc. te moeten op school.
Bang om een meisje te zijn.
Bang om te leven.
Angst dat ik voor zou moeten lezen in de kerk.
Angst als mijn vader hoestte in de kerk, daar vooraan in die ouderlingenbank.
Angst als ik alleen naar huis moest ’s avonds na mijn muziekles, terwijl het in dezelfde straat was.
Doodsbang was ik, als de dood zxc3xb3 bang!
Eigenlijk was ik bang voor alles wat ik voelde, maar niet bevestigd zag, of kreeg.

Ik overleefde door altijd te lachen. Altijd die lach op mijn gezicht, als een vanzelfsprekende, instinctieve reactie op mijn innerlijke, onbewuste; en op het moeten onderdrukken van de angst.

Iedere avond weer die angst voor mijn slaapkamer, die boze geesten die ik meende te herkennen op de kastdeur in mijn slaapkamer.
Angst voor dat donkere halletje voor het toilet in ons huis.
Hoe ik vanaf de wc. komend, er altijd als een speer vandoor ging, om maar weer gauw de keuken in te kunnen sprinten.
Dan smeet ik de deur achter me dicht, en nam een aanloop!
Een keer is mijn vader in het donker tegen die half openstaande wc-deur opgelopen, toen moest ie ’s nachts naar de huisarts om zijn hoofd te laten hechten.

Dit wordt dus vervolgd.

Categorieën: Mies-en-scène | 10 reacties

Animus ~ Anima

Animus en Anima, n.a.v. de theorie van Carl Gustav Jung.

Olieverf Febr. 2000.                   24 x 30 cm.

Pinquinfr_2
                                     ~~~~~~~~~~svp, klik op de picture~~~~~~~~~~

Hier zien jullie mijn mannelijk deel (animus), vol verlangen uitziende naar de gouden, verlichte stad, daar in de verte.
M’n vrouwelijk deel (anima) staat, haar kindjes (de nog niet volgroeide animus en anima) beschermende, geisoleerd op een eilandje, geduldig te wachten, en hoopt, hoopt op ’t goede dat ooit komen zal.

De lucht symboliseert de brandende wereld van agressie.
De planeet staat voor de aanval vanuit de negatieve wereld.
Maar heel duidelijk is er ook zicht op een wakende engel, in de gedaante van een uil.
De pinquin staat voor het feit dat ons gevoel in de kou wordt gezet.

Bedankt voor de klik 😉

Categorieën: Mies-en-scène | 10 reacties

Een uil met kracht

Alweer een uil.

De uil spreekt mij als symbooldier erg aan.

De roep van een uil is vaak te horen in onze tuin.
Als ik wakker lig en ik hem hoor, dan voel ik mij echt getroost.
Soms zien we hem ook wel eens overvliegen.
("zien we ze vliegen" :-))

Dit is een olieverfschilderij, gemaakt in 1989.
(poeh, wat is dat al lang geleden, zeg!)
de maten zijn 24 x 30.

Eerlijk gezegd, vind ik deze erg goed gelukt; die ogen hè, met zoveel kracht erin, wauwie……..al zeg ik het zelf.

Of het de vader van die 2 uilskuikens is, dat weet ik niet, ha ha ;-).

Uil01

                            Klik op de uil en je krijgt hem bijna op ware grootte te zien.

                        ~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Categorieën: Mies-en-scène | 2 reacties

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: